 |
|
Kamelen mit grossen Platfussen. (4 personen)
500 gram volkoren pasta
1 blok tofu
groenten: bv ui, prei, teentje knoflook, bloemkool en/of champignons
(taugé)
pindakaas en/of tahin, water of melk
ketjap, ketchup, gembersiroop, sambal
(santen)
pinda’s of ander noten
Gewapend met drie recepten, vertrok ik -amper achttien jaar- naar mijn studentenstad. Ondanks vele culinaire omzwervingen blijven deze eerste succesrecepten terugkomen op tafel. Een ervan noteerde ik in mijn scheikunde schrift.
De leraar scheikunde hield met succes de aandacht van zijn klas vast met allerlei intermezzo’s en pittige uitspraken. Midden in een ingewikkelde uitleg zei hij met de intonatie van een verteller die de ontknoping van het stuk nadert: “und jetz....kommen die Kamelen mit die grosse Platfussen”.
Naast scheikunde leerde hij ons ook over het leven. Zo vertelde hij ons dat hij bij voorkeur vegetarisch at en bij uitzondering wat zelf geschoten wild op tafel zette. Op mijn verzoek deed hij een van zijn favoriete recepten uit de doeken. Volkoren pasta met een indonesische twist, fusion-keuken voordat ik dit woord tegenkwam in de kookrubrieken.
Je kunt de pasta, de saus, de gebakken tofu en de groenten los van elkaar serveren of bij elkaar doen tot een éénpansgerecht. De hoeveelheiden zijn naar eigen inzicht.
Snij de tofu in kleine blokjes en marineer ze 20-30 minuten in een scheut ketjap, gembersiroop. Tofu is een goede eiwitvervanger. Het smaakt heel neutraal (naar niks eigenlijk) en wordt lekker door te marineren. Roer af en toe door zodat de blokjes goed in contact blijven komen met de marinade. Giet de marinade af en bak de blokjes knapperig in wat olie.
Maak een sausje door de notenpasta’s los te roeren met de marinade die je afgiet van de blokjes. En eventueel wat water en melk. Pas de hoeveelheid saus aan je smaak aan. Het is vrij vet en ook met een beetje saus kan je het gerecht lekker op smaak maken. Als je weinig saus maakt, voeg het dan toe op het laatst toe aan de groenten. Als je de saus apart wilt, roer het dan eerst koud door elkaar in een steelpannetje en verwarm het daarna. Goed blijven roeren, want het brand snel aan. Als het kookt, dikt het snel in en moet er best veel water of melk bij. Voeg eventueel wat santen toe. Ook dit zorgt voor gebondenheid, waardoor er ook weer vocht bij moet. Proef of je het lekker vindt.
Snij de groenten en roerbak beetgaar.
Kook de pasta en giet ze af.
Voeg pinda’s/noten en taugé, als je die hebt, pas op het laatst toe.
Het gerecht is lekker met kroepoek en gebakken banaan.
Susan Ebbers. |